Informatie


Nubische geiten hebben lange, hangende oren ... en nog veel meer. Sinds 1989 toen het 'vierde ras' in het NOG-bestand werd opgenomen is er veel discussie geweest over de raskenmerken. In het begin was het voor de meeste buitenstaanders moeilijk om te wennen aan dit 'koninklijke' geitenras met haar aparte uiterlijk. Het normale beeld dat men van geiten had werd volkomen verstoord bij het zien van deze dieren. Naast veel enthousiasme voor dit nieuwe ras was er bijboorbeeld ten aanzien van wat men 'een wat matige uierkwaliteit' noemde, ook kritiek en waren er vele vraagtekens over hoe het nu precies zat met al die bijzondere uiterlijke raskenmerken.


Geschiedenis


Het Nubische geitenras, een door de Engelsen ontwikkeld ras, is uit een aantal verschillende maar voornamelijk oosterse geitenrassen opgebouwd. In 1910 heeft de Engelse Geitenvereniging (BGS) het ras officeel erkenning gegeven en een stamboek geopend. In 1981 heeft de Engelse Nubische 'fokgroep' een rasomschrijving op papier gezet.

In 1982 erkende men in Nederland slechts drie geitenrassen, Wit en Toggenburger, terwijl de fokkerij Bont nog maar net in de kinderschoenen stond. In dat jaar begonnen enkele enthousiastelingen Nubische geiten uit Engeland en Belgie naar Nederland te importeren. Zij hebben ook een vereniging opgericht en een stamboek geopend. Het ging erg snel in die jaren, het bestand groeide aardig en aansluiting bij de NOG werd overwogen.

In 1989 zijn zo'n tweehondertachtig volbloed Nubische geiten in het NOG-bestand opgenomen. Een voorwaarde was het stamboek te sluiten om verwatering van het bestand te voorkomen en deze sluiting werd nageleefd. In dat eerste jaar zijn 26 geiten in het stamboek opgenomen waarvan zes bokmoeders, vijftien bokken definitief en zeven bokken voorlopig. Het begin was er.


De Fokgroep Nubische Geiten (FNG)


De komst van het 'vierde ras'was op dat moment de aanleiding voor de NOG om fokgroepen in het leven te roepen. Het nieuwe FNG-bestuur hield zich bezig met zowel de integratie van bestaande fokkers in de NOG, als met de belangstelling voor het ras binnen de NOG op te wekken. De taak van de FNG is zorg te dragen voor het instandhouden van die kenmerken die bij het ras behoren en het geitenbestand te verbeteren. Met het credo 'Kwaliteit op kop' heeft de FNG er naar gestreefd om fokkers te motiveren dit zo goed mogelijk te verwezenlijken.

Vanaf 1989 organiseerde de FNG een jaarlijkse landelijke keuring waar, onder auspicien van de NOG, geiten werden gekeurd en ook konden worden aangeboden voor stamboekopname. De NOG stelde voor een beperkt aantal inspecteurs bevoegdheid te geven om dit ras te mogen inschrijven. Hierdoor wilde men een zo uniform mogelijke beoordeling van het bestand bereiken.

Min of meer aan de hand van de Engelse rasstandaard heeft de FNG een rasomschrijving voor Nubische geiten opgesteld en deze is op de algemene ledenvergadering van de NOG in april 1991 officieel bekrachtigd.

Om de fokkers goed geinformeerd te houden worden fokkerijgegevens verzameld, verwerkt, samengebundeld en aan de fokkers uitgedeeld. Sinds 1990 geeft de FNG een eigen dekbok- en bokmoederregister uit. Een jongveeregister is vanaf 1989 in omloop. Een goed geinformeerde fokker is een fokker die betrokken is bij de fokkerij en omgekeerd. Een betrokken fokker wil goed geinformeerd blijven. Aan de hand van Fokwaarde+ gegevens over de nakomelingen van bokken kan de geschatte fokwaarde van de vaders worden afgelezen.

Op de jaarlijkse ledenvergadering half november is er voor de fokkers ruimte voor studie en uitwisseling van informatie over de fokkerij. Fokkers krijgen inzicht in de fokkerij die hen een beter idee geeft waar zij op moeten letten bij fokselecties om de gewenste verbeteringen te bereiken. Op inspecteurs- en keurmeestersdagen kan de FNG haar eigen presentatie over het ras geven.

Toen uiteindelijk alle fokgroepen hun officiele status kregen was de FNG bereid haar verantwoordelijkheden uit te breiden. De FNG heeft sindsdien een beleid opgesteld - en dat steeds waar nodig aangepast - om meer richting aan de fokkerij te geven.

Fam. De Boer


Jan Binneswei 11
9294 KJ
Oudwoude
Friesland, Holland

E: info@staloudwoude.nl
T: 0511-453053
M: 06-20093839